Door de ogen van Kristien

Door de ogen van Kristien

Over deze blog


Kristien Van Vaerenbergh:

Federaal volksvertegenwoordiger en gemeenteraadslid in Lennik

Kosteloze verzending vonnissen en arresten: OVB klaar, justitie werkt eraan.

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 02 dec, 2014 11:16:53
Commissie Justitie: 26 november 2014
Vraag aan Koen Geens, minister van justitie:

In een oude aanbeveling van 22 september 2011 werpt de Hoge Raad voor de Justitie haar licht op artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek. Het artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat “de griffier binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van het vonnis zendt, aan elke partij, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten.”

De Verenigde advies- en onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie is van oordeel dat overeenkomstig de voorschriften van het artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek, elke rechtzoekende in het bezit moet worden gesteld van het vonnis dat hem aanbelangt, in alle aangelegenheden, of hij al dan niet wordt bijgestaan door een advocaat, of het al dan niet een procedure op tegenspraak betreft.

Deze wettekst mag volgens voorgenoemde commissie niet ingeperkt worden door zich te beroepen op de ministeriële omzendbrieven van 24 december 1968, 31 augustus 1971 en 13 september 1973. Deze omzendbrieven versoepelden artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek omwille van budgettaire redenen en arbeidsorganisatie binnen de griffies.
De eerste omzendbrief beperkt de toepassing van artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek omdat hij stelt dat het artikel 792 niet moet toegepast worden indien de vredrechter het vonnis velt bij verstek of uitspreekt ter rechtszitting. De latere omzendbrieven stellen artikel 792 ook van toepassing op de hoven van beroep, de arbeidshoven en de rechtbanken van eerste aanleg en de arbeidsrechtbanken. In combinatie met de eerste omzendbrief betekent dit dan dat ook hier geen kosteloze versturing van het vonnis of arrest meer plaatsvindt indien de uitspraak ter zitting of bij verstek gebeurde.

In het licht van het begin van de jaren 70 toen vonnissen veelal nog met de hand werden geschreven en de kwaliteit en zelfs het bestaan van goede kopieermachines in twijfel kon worden getrokken, hebben deze omzendbrieven misschien nog enig nut. We zijn nu echter 2014, een tijdperk waarin het maken van een papieren kopie geen onoverkomelijk probleem meer is en heel wat minder tijdrovend dan vele jaren terug. Dan spreek ik nog niet over het gemak van een elektronische kopie, niet enkel wat betreft het maken, maar ook wat betreft het opsturen...

Daarom volgende vragen:
1. Is het niet meer dan logisch om vandaag bijna 40 jaar later de voornoemde omzendbrieven in te trekken en het artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek onverminderd toe te passen? Welke intenties heeft u op dat gebied? Kan artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek uitgebreid worden naar strafzaken?

In 2011 verklaarde de toenmalige minister van justitie, Stefaan De Clerck, dat het verzenden per e-mail niet ging omdat de Orde van Vlaamse Balies geen garantie kon geven op een 'authentieke elektronische bron' van hun leden. Deze beroepsorganisatie heeft zeker niet stilgezeten de laatste jaren.
2. Heeft u reeds overleg gehad met de Orde betreffende het probleem van de 'authentieke elektronische bron'? Wat is momenteel de stand van zaken? Zijn er nog knelpunten?


Antwoord (op basis van het integraal verslag van de Kamer):

Uit mijn beleidsverklaring hebt u begrepen dat het mijn ambitie is om in deze legislatuur de omslag te maken naar een rechtsbedeling aangepast aan deze eeuw. Ik deel uw mening dat de context ten aanzien van een periode die veertig jaar achter ons ligt, sterk is gewijzigd. Het is mijn ambitie om ervoor te zorgen dat, binnen een redelijk tijdsbestek, de beslissingen van rechtbanken en hoven worden meegedeeld aan de rechtszoekenden en hun advocaten.

De inzet van ICT-middelen kan dat mogelijk maken.

Terecht wijst u erop dat mijn voorganger Stefaan De Clerck er in 2011 op wees dat een eerste voorwaarde erin bestaat dat de balies over elektronische authentieke bronnen beschikken om dat mogelijk te maken. Zijn boodschap is niet in dovemansoren gevallen, want uit de contacten die mijn kabinet heeft gehad, is gebleken dat de Orde van Vlaamse Balies zich op de elektronische snelweg heeft begeven en een elektronische authentieke bron heeft gecreëerd.

Nu moet de verbinding met Justitie worden gelegd via een zogenaamde service bus. De creatie van een dergelijke service bus is een onderdeel van JustX en behoort tot de prioritaire projecten van onze stafdienst. Ik heb ondertussen reeds geleerd niet voorbarig deadlines aan te kondigen inzake de realisatie van ICT-projecten. Als zij gerealiseerd zijn, zal ik erover communiceren.

U zult echter beseffen dat zowel de Orde van Vlaamse Balies en L’Ordre des barreaux francophones et germanophone als onze stafdienst ICT alles in het werk stellen om het project te realiseren. Het betekent immers een toegevoegde waarde voor alle partijen.

Met betrekking tot de omzendbrieven moet ik u het antwoord schuldig blijven. Ik kan u nu niet zeggen of deze zijn ingetrokken.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post346

Achterstand blijft bij Commissie voor de Gerechtskosten

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 02 dec, 2014 11:15:16
Commissie Justitie: 26 november 2014
Vraag aan Koen Geens, minister van justitie:

De betalingsproblemen bij justitie zijn een steeds terugkerend probleem. Zoals eerder reeds werd aangehaald blijft betaling van facturen nogal vaak achterwege.

Soms worden facturen betwist en moet de commissie voor de gerechtskosten tussenkomen, wat dan kan leiden tot vertraging bij de uitbetaling.

Mijn vraag handelt dus eerder over de werking van de commissie van de gerechtskosten, deze werd ingesteld bij wet van 27 december 2006.
De commissie voor de gerechtskosten doet als administratief rechtscollege uitspraak over beroepen ingesteld tegen beslissingen van de taxerende magistraat en de minister van Justitie betreffende het bedrag van de gerechtskosten. De commissie doet onder meer uitspraak in geschillen over de vergoeding die in strafzaken wordt toegekend aan gerechtsdeskundigen.
De minister van Justitie benoemt de leden van de commissie voor een termijn van twee jaar.

1. Kunt u bevestigen dat de commissie voor de gerechtskosten momenteel voltallig is samengesteld en effectief op geregelde tijdstippen samenkomt? Zo niet, hoe komt dit en welke oplossingen voorziet u? Tot welke datum zijn de huidige benoemingen voorzien?
2. De vorige minister stelde op 28/01/2014 dat men de selectieprocedure had opgestart om bijkomende secretarissen aan te stellen. Wat is het resultaat daarvan? Hoeveel extra secretarissen werden aangesteld?
3. Hoe groot is momenteel het aantal dossiers dat wacht op behandeling door de commissie voor de gerechtskosten (achterstand)? Welke oorzaken ziet u daarvoor? Op welke wijze kan de achterstand worden weggewerkt?
4. Bestaan er gegevens over het aantal behandelde dossiers per jaar? Wat zijn de doorlooptijden? Wat zijn de voornaamste redenen voor betwisting?

Er is tevens nog een ander probleem: wanneer men zich bij niet-betaling tot de rechtbank wendt, stelt men vast, dat de advocaat die het ministerie van justitie vertegenwoordigt, zoals blijkt uit conclusies waarop ik de hand kon leggen, van mening is dat de rechtbank niet bevoegd zou zijn, zich baserend op het bestaan van de commissie voor de gerechtskosten. Op deze wijze ontstaat de situatie waarin de partij wiens factuur onbetaald bleef -maar niet betwist werd- zich tot geen enkele instantie kan wenden om betaling juridisch af te dwingen.

5. Hoe wenst de minister aan dit probleem tegemoet te komen? Welke middelen zijn uws inziens ter beschikking van de dienstverlenende partij om de betaling via juridische weg af te dwingen?


Antwoord (op basis van het integraal verslag van de Kamer):

De commissie functioneert in de feiten nog niet zoals verwacht. De Nederlandstalige afdeling van de commissie is voltallig samengesteld en is gestart met het behandelen van de dossiers die aan haar werden voorgelegd.

Zoals u opmerkt, is het ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de Franstalige afdeling van de commissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 november 2014. Mijn voorgangers hebben de aangekondigde wervingsprocedure voor bijkomende secretaressen niet kunnen opstarten wegens een wervingsstop die nog steeds van kracht is.

De behoefte aan bijkomende secretaressen zal opnieuw moeten worden geformuleerd en bevestigd in het personeelsplan dat opgemaakt moet worden voor 2015. Ook al werd de behandeling van de dossiers opgestart, toch zijn er sinds 2013 nog geen nieuwe eindbeslissingen genomen.

Volgens de cijfers die mij worden voorgelegd, zou de achterstand nog altijd dezelfde zijn als deze die u door mijn voorgangster op 19 februari 2014 werd gemeld. Toen was sprake van 205 Nederlandstalige en 78 Franstalige dossiers. Gelet op het feit dat sinds 2 jaar nog geen eindbeslissingen zijn genomen, is het moeilijk te antwoorden op de vraag over de gemiddelde doorlooptijd. Er zijn mij evenmin meer gegevens ter beschikking gesteld over de aard van de aanhangige geschillen.

Wat meer algemeen de beroepsmogelijkheden betreft, bestaat tegen beslissingen over het al dan niet in rekening brengen en begroten van gerechtskosten, in navolging van een prejudiciële uitspraak van het Grondwettelijk Hof en luidens rechtspraak van de Raad van State, inderdaad geen beroepsmogelijkheid bij de gewone rechtsmachten.

Betrokkenen van wie de factuur onbetaald bleef, maar niet betwist werd, worden in eerste instantie uitgenodigd contact op te nemen met de centrale dienst Gerechtskosten van de FOD, die op haar beurt de vorderende magistraten verzoekt een degelijke motivering te geven voor de niet-begroting van de kostenstaat. Tegen de beslissing staat dan beroep open bij de commissie voor de Gerechtskosten.

Intussen is zoals reeds gezegd de Nederlandstalige afdeling van de commissie operationeel en zal de Franstalige afdeling dat binnenkort eveneens zijn, na de publicatie vandaag in het Belgisch Staatsblad.



  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post345

Achterstallige facturen: Geens zoekt oplossing

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 02 dec, 2014 11:14:07
Commissie Justitie: 26 november 2014
Vraag aan Koen Geens, minister van justitie:

Vrijdag 14/11 was er een twee uur durende werkonderbreking van de tolken die werken voor het gerecht. Dit gold als protestactie voor een welbekend probleem en oud zeer, nl. het uitblijven van betalingen voor door hun geleverde prestaties.

Volgens de media plant de minister maandag aanstaande overleg met de sector op zijn kabinet.
Mijn vraag is dan ook: wat zijn de resultaten van dit overleg? Welke belangengroepen heeft u ontmoet? Welke beloftes heeft u gedaan? Welke acties zal u ondernemen? Zijn er nog nieuwe gesprekken gepland, zo ja wanneer?


Antwoord (op basis van het integraal verslag van de Kamer):

De besprekingen ten gronde met de minister van Volksgezondheid zullen in de loop van de volgende weken plaatsvinden, zoals ik daarnet met mevrouw De Block heb afgesproken. Wij zullen zien of dit nog een effect voor 2014 kan hebben. Ik zal daarover volgende week de laatste stand van zaken geven.

De beroepscategorie van de vertalers-tolken is belangrijk omwille van de expertise waarop onze rechtbanken een beroep kunnen doen. Ter voorbereiding van de vergadering van 17 november heeft mijn administratie aangegeven dat in 2014 reeds voor 15,5 miljoen euro facturen aan hen zijn uitbetaald en dat wij nog voor 1,8 miljoen euro facturen hebben openstaan die bekend zijn bij de FOD Justitie.

Om de omvang en de aard van de problematiek in een juist daglicht te stellen, geef ik toch nog enkele preciseringen. Het gaat alleen om de kosten die centraal gekend zijn en die ook daadwerkelijk in het centraal boekhoudingsysteem zijn ingegeven. In dit systeem wordt een onderscheid gemaakt naargelang de betalingen centraal gebeuren dan wel via provisies op de diverse griffies. Concreets taan centraal 7 582 facturen open voor een bedrag van 1,3 miljoen euro. De overige openstaande bedragen ten belope van 0,5 miljoen euro maken deel uit van de provisies bij de griffies. De helft van deze openstaande facturen is ouder dan drie maanden. Het gemiddelde bedrag per factuur bedraagt 175 euro.

Wij zijn inderdaad onderhandelingen opgestart tussen de medewerkers van Justitie en Begroting. De onderhandelingen betreffen zowel de garantie om de betalingen te kunnen voortzetten door vrijgave van kredieten als meer structurele maatregelen om deze kosten te kunnen opvolgen en controleren.

Over de concrete actiepunten kan ik u het volgende meedelen. Op 17 november is aan de beroepsverenigingen een stand van zaken van de betalingen gegeven. De moeilijkheden en de mogelijke oplossingen zijn besproken om de achterstallen nog sneller weg te werken.

Er zijn ook pistes besproken voor het uitwerken van een werkbare btw-regeling, in overleg met de minister van Financiën, voor het overbruggen van de situatie die ontstond ten gevolge van de achterstand. Samenwerking is toegezegd voor een administratieve vereenvoudiging door het hergroeperen van het aantal facturen per geleverde prestatie.

De uitwerking van het statuut van de beroepsgroep wordt voortgezet en om te beginnen is opdracht gegeven om de wet van collega Becq ook eindelijk te publiceren met betrekking tot de tolkenregisters en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten voor te bereiden. Er is een overleg toegezegd om binnen zeer korte termijn alle betrokken actoren te betrekken bij de voorbereiding van een geactualiseerde tariefstructuur.

Ik heb de betrokken beroepsverenigingen ook gevraagd om mij nuttige tips aan te reiken ter verbetering van hun werkomstandigheden bij het tolken en vertalen. Zoals gezegd gaan de betalingen onverkort door en zullen zij tegen het jaareinde nog worden versneld in functie van de vrij te geven middelen. Als er betalingsmoeilijkheden zijn, is dat helaas niet alleen een budgettair maar ook een organisatorisch probleem. Het volstaat dus niet om de middelen te vinden, er moet ook daadwerkelijk een structurele boekhoudingverbetering worden doorgevoerd.




  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post344

Straffeloosheid: merendeel door rechter uitgesproken geldstraffen nooit geïnd.

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 19 mrt, 2014 17:07:06
Commissie Justitie: 19 februari 2014

Vraag aan Annemie Turtelboom, Minister van Justitie

Het Rekenhof bracht deze week een vernietigend rapport uit over het innen van penale boetes. Door de gebrekkige inning loopt de staat meer dan 50 miljoen euro mis.
Van de geldstraffen uitgesproken door de politierechtbank wordt maar een kwart geïnd. Voor correctionele zaken slechts 1 op 6. Opvallend is ook dat de vervangende gevangenisstraf nooit wordt uitgevoerd.
Dit hof bracht reeds eerder rapporten uit in 2000 en 2007 en blijkbaar dringen de conclusies ervan maar niet door want veel wordt er niet ondernomen.
Het Rekenhof hekelt het gebrek aan overleg en strategie en ziet dus ook geen enkele vooruitgang ondanks haar eerdere audits.
Nochtans bepaald het regeerakkoord dat de invordering van geldboetes en gerechtskosten zal worden hervormd om de efficiëntie te verbeteren. De invordering van strafrechterlijke boetes moest worden gezien als een echte regeringsprioriteit.
Volgens de minister van financiën is een deel van de oorzaak ook de gebrekkige informatisering van vonnissen. Het Rekenhof wijst er ook op dat men quasi nooit vonnissen binnen de termijn van drie dagen naar de ontvanger doorstuurt. Meestal duurt het meer dan zes maanden soms zelf langer dan twee jaar. In 2006 kondigde de minister van justitie aan hiervoor een omzendbrief te zullen opstellen.
In januari 2012 zei u in deze commissie dat u in overleg zou gaan met de minister van financiën om het probleem van de slechte inning van de geldstraffen te tackelen.

Ik heb dan ook volgende vragen:

1. Hoe vaak werd tussen beide overheidsdiensten vergaderd rond dit onderwerp?
2. Hoe staat het met de informatisering van de vonnissen? Wat is de huidige stand van zaken van het Just-X-project? Is de studiefase reeds voorbij? Is men al aan het ontwerpen, ontwikkelen of testen?
3. Waarom duurt het zo lang eer de ontvanger de uittreksels uit vonnissen krijgt? Komt er een omzendbrief?
4. Waarom worden vervangende gevangenisstraffen nooit uitgevoerd?



Antwoord (samenvatting op basis van het Integraal Verslag van De Kamer):

De geldboetes betreffen een van de meest opgelegde straffen door de strafrechters. Volgens de berekeningen van het Rekenhof worden slechts 27 % van de politiestraffen en 14 % van de correctionele straffen ingevorderd door Financiën. Dit tast inderdaad op een fundamentele wijze de geloofwaardigheid van Justitie aan en het ondermijnt het preventieve, ontradende effect dat uitgaat van straffen, zeker nu de korte straffen terug effectief worden uitgevoerd.

Daarnaast heeft het een negatieve impact op de motivatie van de politionele, justitiële en andere actoren die instaan voor de opsporing, vervolging en berechting van daders. Tot slot zorgt de niet-uitvoering voor het mislopen van omvangrijke ontvangsten door de overheid. Tegen dat probleem proberen wij al lang op een efficiënte manier te werken. Dat gebeurt in samenwerking met mijn collega voor Financiën, want dat departement is bevoegd voor de effectieve inning van de boetes.

(...)

In verband met de vragen van collega Van Vaerenbergh met betrekking tot JustX, het volgende. De analyse van de koppeling van JustX met de FOD Financiën is opgestart en het overleg is volop aan de gang. De piloot in het kader van het JustX-project is momenteel in fase van productie. In de derde week van december 2013 werden de opstart en de productie bij het hof van beroep te Antwerpen aangevat. Eind januari werd de piloot in productie genomen bij het arbeidshofte Antwerpen en momenteel gebeurt dit bij het arbeidshof te Hasselt. Nadien is er een verdere uitrol bij alle hoven van beroep en arbeidshoven, midden 2014. Op dit moment zijn al meer dan 1 000 arresten opgenomen in de centrale databank.

In het JustX-project is voorzien dat de applicatie MaCH gekoppeld wordt aan de ontvanger. Alle boetes zullen centraal doorgegeven worden aan de FOD Financiën. Dit betekent dat er geen vertraging zit op het ingeven van de boetes door het gerechtspersoneel en het overmaken ervan aan de ontvanger. Door deze informatie te centraliseren is de FOD Justitie klaar om nadien gemakkelijk op een centrale manier de informatie over het al dan niet innen te ontvangen van de FOD Financiën. Voor de vraag of in bepaalde arrondissementen ontvangers de dossiers niet doorsturen naar de gerechtsdeurwaarders moet ik u doorverwijzen naar mijn collega bevoegd voor Financiën.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post338

Turtelboom schaft Commissie Modernisering Rechterlijke Orde af.

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 19 mrt, 2014 16:42:00
Commissie Justitie: 19 februari 2014

Vraag aan Annemie Turtelboom, Minister van Justitie

In mei 2012 kreeg ik van u de cijfers dat 900 magistraten zetelen in ongeveer 300 raden en commissies.
Sommige van deze raden zijn zeker en vast nuttig en de inzet van magistraten is er te rechtvaardigen.
Anderen zijn toch wel achterhaald of twijfelachtig of magistraten noodzakelijk zijn. Er bestonden in mei 2012 nog steeds 3 commissies die zich bezighouden met het Phenix-project. Dit project moest de justitie informatiseren maar het project is intussen opgedoekt.

Zo zetelden er toendertijd ook magistraten in de commissie voor opiniepeilingen of de ‘Association belge francophone des cinémas d’art et d’essai’.
U kondigde toen een evaluatie aan dat zou nagaan naar het nut van de commissies en de wenselijkheid van de inzet van magistraten in sommige commissies.


Mijn vragen zijn de volgende:

Heeft deze evaluatie plaatsgevonden? Wat zijn de besluiten? Welke commissies kunnen worden opgeheven? Welke werden reeds opgeheven? Welke commissies blijven bestaan maar zonder magistraten?


Antwoord (samenvatting op basis van het Integraal Verslag van De Kamer):

Magistraten wordt vaak gevraagd om in allerlei commissies of raden zitting te nemen. Volgens artikel 293 en 294 van het Gerechtelijk Wetboek moet de Koning op voorstel van de minister van Justitie hun hiertoe altijd machtiging geven. Het is daarom dat ik goed weet dat magistraten vaak worden gevraagd. Het is echter niet verplicht om door te geven wanneer de instellingen worden ontbonden of wanneer de magistraten ophouden met het mandaat uit te oefenen. Daardoor kan ik niet exact zeggen hoeveel magistraten deel uitmaken van een commissie. Wat opvalt, is dat de meeste commissies en raden waarvoor magistraten worden gevraagd, buiten de bevoegdheid van de FOD Justitie vallen. Daarover heb ik als minister dus geen zeggenschap. Het gaat om raden van beroep en comités die afhangen van andere federale overheidsdiensten, Gemeenschappen, Gewesten of parastatalen.

Op de commissies waarover ik wel zeggenschap heb, heb ik natuurlijk wel een goed zicht. Ik kan u meedelen dat de twee belangrijkste commissies, zijnde de Commissie voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde en de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, onlangs werden afgeschaft en in de nieuwe structuur werden geïntegreerd. De afschaffing van die commissies werd vorige week vrijdag tijdens de Ministerraad goedgekeurd. Tot slot, sinds begin 2013 wordt een nieuwe werkmethode voor het aanduiden van magistraten gehanteerd. Daardoor wordt in de eerste plaats gekozen en voorgedragen uit de lijst van de op rust gestelde magistraten. Aldus kunnen effectief werkende magistraten van deelname worden gespaard. Zij kunnen zich zodoende volledig aan hun ambt van magistraat wijden. Bovendien kunnen magistraten op rust hun heel grote kennis aldus doorgeven.

Ik heb de evaluatie gemaakt voor de DSB en voor de Commissie voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde. Het was immers mijn mening dat wij ter zake op dit moment door de hervorming van Justitie andere noden hebben. Wij zijn op dat vlak al ver gegaan.

De Algemene Raad van de Partners van de Rechterlijke Orde zal blijven bestaan, omdat in die raad ook de gerechtsdeurwaarders, de notarissen en de advocaten aanwezig zijn. De raad komt drie keer per jaar samen. Het gaat om een klankbord met meer partijen dan alleen maar Justitie. Een aantal mandaten ligt buiten onze overheidsdiensten. Wij hebben er bijgevolg ook geen zeggenschap over.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post337

Hoge Raad voor de Justitie: werking en organisatie

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 19 mrt, 2014 16:37:01
Commissie Justitie: 12 februari 2014

De opdracht van de Hoge Raad voor de Justitie is het streven naar een betere werking van de rechterlijke orde in België. De HRJ doet deze opdracht op drie manieren :
Zo organiseert de HRJ in de eerste plaats de examens voor de magistratuur en draagt nadien magistraten voor tot benoeming door de minister van Justitie. Daarnaast voert de HRJ externe controle uit op de werking van de rechterlijke orde, via audits, bijzondere onderzoeken en de behandeling van klachten over de werking. Tenslotte neemt de HRJ initiatieven en geeft adviezen ter verbetering van de werking van justitie, ten behoeve van de burger
De HRJ bestaat uit een algemene vergadering van 44 leden, een bureau van 4 leden die beurtelings het voorzitterschap waarnemen (2 nl en 2 fr). Elk van de bureauleden is tegelijk voorzitter van één van de commissies :
- NL benoemings- en aanduidingscommissie,
- FR benoemings- en aanduidingscommissie,
- NL advies-en onderzoekscommissie,
- FR advies-en onderzoekscommissie,
De Benoemings-en Aanwijzingscommissies hebben als wettelijke opdracht :
- Het voordragen van kandidaten voor benoeming of aanwijzing,
- Het inrichten van de examens voor de magistratuur,
- Het vastleggen van de richtlijnen voor de opleiding van magistraten en gerechtelijke stagiairs,


Mijn vragen aan de Minister zijn dan ook de volgende :
1/ Kan -in het belang van de geloofwaardigheid van de Hoge Raad voor de Justitie- een lid van deze Hoge Raad die zelf zich correctioneel dient te verantwoorden zijn of haar taken in de Hoge Raad voor de Justitie op een correcte wijze blijven vervullen, dient een lid zo nodig tijdelijk een stap opzij te zetten of moet in dergelijk geval een sanctie worden opgelegd ?
2/ Komt anders het vertrouwen van justitie niet in het gedrang ?


Antwoord (samenvatting op basis van het Integraal Verslag van De Kamer):

Op 11 februari 2013 werd een lid van het bureau van de Hoge Raad voor de Justitie in het kader van een gerechtelijk onderzoek in verdenking gesteld voor valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken. Naar aanleiding daarvan besliste de Hoge Raad voor de Justitie op 22 mei 2013 om het betrokken lid preventief te schorsen in al haar functies. Op 20 november 2013 werd het lid opnieuw geschorst voor een duur van drie maanden.

De procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel heeft op 20 januari 2014 beslist dat het betrokken lid voor het hof van beroep te Brussel zal dienen te verschijnen. De algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie zal de administratieve toestand van het betrokken lid binnen de Hoge Raad voor de Justitie opnieuw beoordelen op 12 februari 2014.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post336

Criteria voor benoeming adkunct-arbeidsauditeur te Brussel

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 19 mrt, 2014 16:21:39
Commissie Justitie: 12 februari 2014

Vraag aan Annemie Turtelboom, Minister van Justitie

In het arrondissement Brussel is een arbeidsauditeur benoemd. Deze topjob is exclusief voorbehouden aan een Franstalige.
Daarbij moet men dan in principe een adjunct aanduiden die normalerwijze Nederlandstalig is. Wie in aanmerking wil komen voor deze functie moet eerste subsituut zijn.
Naar verluidt is de vacature voor adjunct-arbeidsauditeur nog niet ingevuld.

1. Is de positie reeds vacant verklaard? Wanneer wordt er een benoeming verwacht?
2. Wat zijn de criteria om benoemd te worden tot adjunct arbeidsauditeur? Aan welke voorwaarden moet iemand voldoen? Wie neemt de uiteindelijke beslissing?
3. Wat zijn de criteria om tot 1ste substituut benoemd te worden? Speelt taal een rol?
4. Wanneer vonden de laatste taalexamens plaats? Wanneer is de eerstvolgende examensessie?

Antwoord (samenvatting op basis van het Integraal Verslag van De Kamer):

Het mandaat van adjunctarbeidsauditeur bij het arbeidsauditoraat te Brussel is voorzien in artikel 152 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het werd aangevuld bij artikel 18, 2° van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel. In toepassing van artikel 61 van de voornoemde wet wordt het adjunct-mandaat vacant de dag bedoeld in artikel 61 van de voornoemde wet van 19 juli 2012. De arbeidsauditeur van Brussel wordt bijgestaan door de eerste substituut met als titel adjunctarbeidsauditeur van Brussel. In toepassing van artikel 259quinquies, 2° van het Gerechtelijk Wetboek wordt hij door de Koning aangewezen op voordracht door de korpschef van twee kandidaten, indien voorhanden.

In toepassing van artikel 43, § 4quater, tweede lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken moet de adjunct-arbeidsauditeur van Brussel bovendien aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd en moet hij aantonen dat hij over een grondige kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.

In toepassing van artikel 193 van het Gerechtelijk Wetboek moet dekandidaat voor de functie van eerste substituut sedert ten minste drie jaar het ambt van substituut-arbeidsauditeur bij hetzelfde rechtscollege uitoefenen.

Het laatste taalexamen georganiseerd voor licentiaten in de rechten, de tweede sessie van 2013, is op 27 januari 2014 gesloten. Het proces-verbaal moet mij binnen enkele dagen worden betekend. De taalexamens voor 2014 zijn vastgelegd op 31 maart 2014 voor de eerste sessie en 29 september voor de tweede sessie.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post335

Verhoging rolrechten? Verschillende pistes liggen op tafel...

Mondelinge vragenGeplaatst door Kristien Van Vaerenbergh 19 mrt, 2014 16:15:00
Commissie Justitie: 12 februari 2014

Vraag aan Annemie Turtelboom, Minister van Justitie

U kreeg eind vorig jaar een brief van de Orde van Franstalige en Duitstalige advocaten. De brief hield verband met een mogelijke verhoging van de griffiekosten. Mogelijk worden de griffiekosten een de tweede keer deze legislatuur verhoogd. Begin dit jaar gebeurde dit al een eerste keer.
U sprak in de Senaat over verschillende hervormingsvoorstellen die in technische werkgroepen worden besproken.
Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Wat zou de aanleiding zijn voor de verhoging van de griffiekosten?
2) Welke pistes/hervormingsvoorstellen onderzoekt u?
3) Hoeveel extra inkomsten werden gegenereerd door de vorige verhoging van de griffierechten? Hoeveel van dat geld stroomde terug naar justitie?
4) Vreest u niet dat deze eventuele tweede verhoging van de kosten voor het voeren van een proces, te samen met het invoeren van BTW op advocaten, de toegankelijkheid van justitie vermindert? Hoe wenst u deze maatregelen in te voeren en toch de toegankelijkheid maximaal te garanderen?

Antwoord (samenvatting op basis van het Integraal Verslag van De Kamer):

Er doen niet meer mensen een beroep op die rechtsbijstand, maar er worden gewoon meer zaken ingeleid. Vooral dat verklaart de stijging van het budget. Sommigen werpen de piste op om de griffierechten te verhogen, zodat extra budget vrijkomt voor pro Deo. Die vragen zijn op dit moment prematuur. Er liggen momenteel dan ook geen concrete pistes op tafel, laat staan dat er sprake van zou zijn dat het geld naar Financiën zou stromen.

Dit zijn pistes die worden gelanceerd en zoals altijd liggen er voortdurend verschillende pistes op tafel. Het is pas op het moment dat er een beslissing wordt genomen dat een bepaalde piste wordt geconcretiseerd.

  • Reacties(0)//www.kristienvanvaerenbergh.be/#post334
Volgende »